Zondag 15 februari 2026
Kaj Reker (gepensioneerd basketballcoach aan de RUG) laat dit seizoen op persoonlijke titel bij elke thuiswedstrijd zijn licht schijnen op aspecten van ons geliefde spelletje.

Happy Endings
Donar Groningen heeft ons dit seizoen al mooie wedstrijden laten zien. En het is het einde dat je meestal bijblijft. Een mooi einde van een wedstrijd kan ontstaan door ‘gallery play’, zoals laatst tegen Kortrijk. Lekkere pot. Het team staat voor, ze voelen zich goed. Vergeten is de mazzel die je bij sport ook nodig hebt en het gevoel groeit dat deze wedstrijd ze niet meer kan ontglippen. Soms ontstaat zelfs de illusie van onoverwinnelijkheid. Vaak komen dan, met de stroom mee, de mooiste acties.
Maar minstens net zo mooi is de overwinning met de game ‘on the line’. De ‘buzzerbeater’ zoals die schitterende uit in Engeland. Of aan de andere kant, de ontlading na de misser van Brussel, toen het zo glad was buiten… Commentatoren in dat rare land over de plas werken vaak ook naar zo’n puntje-van-de-stoel-einde toe. Ze houden bij hoe spannend het kan worden: ‘and it’s a onepossession game’.
Waar we het bij basketball over eens kunnen zijn, is dat het in de laatste minuten een heel ander spelletje wordt: ‘a whole new ballgame’. Bij groot verschil krijgen de bankspelers minuten. Bij klein verschil kunnen we verwachten dat de ploeg met voorsprong voor zekerheid gaat en de bal in de ploeg probeert te houden. Verstandig, maar je zou dit ook tijdrekken kunnen noemen. En dat er door de andere kant opzettelijk (logisch, maar in zekere zin ook onsportief) fouten worden gemaakt om de klok te stoppen.
Het einde van de wedstrijd is pas echt daar ‘when the fat lady sings’. Dus daar trainen ploegen ook op. Spel met vijf tegen vijf, met een score op het bord en minuten op de klok, is realistischer als training dan de gebruikelijke partijtjes tot de zoveel. Basketball kent een levende klok en een ‘tijdsgebonden’ einde. Een onverbiddelijke buzzer.
Er gaan ook wel stemmen op die voor een ander einde pleiten. Bijvoorbeeld de door een zekere Nick Elam bedachte manier van spelen, waarbij de klok op vier minuten voor het einde wordt uitgezet. Vervolgens wordt er gespeeld tot een eindscore, bepaald door het aantal punten van de ploeg die voorstaat, plus een van tevoren vastgesteld aantal (vaak gebaseerd op 10% van de gemiddelde score in die competitie, zeg tachtig punten per team). Dus bij 75-71 wordt doorgespeeld tot een van beide ploegen 75+8=83 bereikt of passeert.
Wie er ook wint: je eindigt bij deze manier van spelen met een score. Op elk schot volgt een rebound, nooit is de laatste actie uitdribbelen en ook nooit is er meer een verlenging. Het Elam-einde wordt in bepaalde competities en toernooien toegepast. Soms als interessant experiment, soms uit volle overtuiging. Overigens is het ook gebruikt in de NBA-All Star game. Of het daar helpt om die een beetje het aanzien waard te maken en of dat ook dit jaar weer gebeurt, vraag ik me af.
Welke regels er ook gelden: mooi wordt het verhaal van de wedstrijd vooral als één van de ploegen vanuit geslagen positie of na het uitvallen van een topspeler er toch weer een wedstrijd van weet te maken. Tolkien heeft gezegd dat in het ideale sprookje het licht het duister verslaat. Via grote tegenslag gaan we naar een happy end. Hij noemt dit een ‘goede ramp’. ‘There are no mistakes, only happy accidents’ zoals die andere 20ste eeuwse grootheid Bob Ross heeft gezegd. En na het laatste fluitsignaal togen de fans tevreden huiswaarts en genoten nog lang en gelukkig. Mooie vooruitzichten!
Deel op social media