nieuws

In the spotlight: Lasse Cnubben: ‘Ik wil in de toekomst graag een volwaardige bijdrage aan Donar Groningen leveren’ 

Zondag 12 april 2026

In het drieluik over onze drie ‘jonkies’ in het team van Donar Groningen is het dit keer de beurt aan Lasse Cnubben. Ook Lasse is een geboren Groninger en hij hoopt nog lang hier in de stad te mogen blijven. 

Lasse is geboren op 26 mei 2007 in de wijk Hoornse Meer. Hij had vanaf het begin van zijn leven de mogelijkheid om redelijk onbezorgd op te groeien met heel veel buitenspelen. ‘Het is een heel fijne buurt, waar we altijd met andere kinderen buiten dingen konden ontdekken’, vertelt hij enthousiast. Ook ging hij daar naar de Boerhaaveschool, die ook dicht in de buurt was. Nu zit Lasse op het Alfa-College bij Kardinge en doet daar de mbo-opleiding “Sport en coaching”. Hij zit daar in het derde jaar, maar hij heeft nog geen idee wat hij straks met deze opleiding aan moet. Hij geeft aan dat hij daar niet echt mee bezig is. ‘Voorlopig richt ik mij op het basketbal, want mijn streven is om ooit profbasketballer te kunnen zijn.’  

Basketballen doet hij eigenlijk al vanaf het moment dat hij de straat op ging om te spelen met zijn vriendjes. Voor zijn ouderlijk huis is een basketbalveldje en daar was hij dan ook vaak te vinden met een bal. Zijn ouders hebben hem ook altijd gesteund als het om sporten ging. Hij vertelt daarover: ‘Ik ben de enige die met basketbal bezig is. Mijn moeder was turnster en mijn vader hockeyde. Mijn zusje doet ook aan turnen. Mijn ouders steunden me door altijd te zorgen voor vervoer naar wedstrijden en zo nodig ook naar trainingen. Mijn moeder is teammanager van –19.’ 

In het begin kreeg hij wat basketballesjes van een vriendje van een neef, maar via een basketbalkamp kwam hij bij Celeritas-Donar op 10-jarige leeftijd. De hele loopbaan heeft zich verder afgespeeld bij de jeugd van Celeritas. Hij maakte ook deel uit van het team dat vorig jaar landskampioen werd. Een jaar lang heeft hij nauwelijks gespeeld vanwege een knieoperatie. Nu maakt hij nog steeds deel uit van het -19 team en daar maakt hij zijn minuten in ruime mate. 

Zijn favoriete positie is die van leading en shooting guard. ‘Ik vind het leuk om de bal naar voren te verplaatsen en in de aanval mijn medespelers te helpen om beter te spelen. Ik heb niet echt een groot voorbeeld, maar in het huidige team kijk ik wel veel naar Malik Miller. Ik ben niet zo’n geweldige verdediger, maar als ik naar Malik kijk, kan ik veel van hem leren. Hij geeft mij ook wel vaak aanwijzingen’ voegt hij toe. 

Zijn dagen staan vooral in het teken van school en trainen. ‘Aangezien ik een topsportregeling heb, heb ik ook recht op de nodige vrijstellingen. Door het vele trainen heb ik ook wel de nodige achterstanden, maar die kan ik vrij eenvoudig oplossen. Zo geef ik basketballessen op de zondag-basketbalschool (Junior Basketbal Groningen) en die tellen dan als stage-uren' vertelt hij vol vertrouwen. 

Lasse vindt het geweldig leuk om in een vol Martiniplaza te spelen, ook al speelt hij maar weinig minuten. Hij zegt daarover: ‘Ook het inspelen voor al die mensen is al een belevenis. En natuurlijk hoop ik dat ik aan het eind van een wedstrijd ook nog even mag meedoen. Maar als dat niet zo is, is dat ook niet erg. Ik maak mijn minuten wel in –19.’ 

Op de vraag van welke trainer hij nu het meest geleerd heeft, komt meteen de naam van Yannick Koerts naar voren. ‘Die heeft mij eigenlijk opgeleid.’ Maar na even nadenken komen toch ook die andere trainer-coaches wel aan bod. Frank Edelenbos en Jurry Nieuwenhuis hebben ook hun bijdrage geleverd. Net als Joshua Striker nu. ‘En natuurlijk ook Ellis Schouten die -12 al heel lang onder haar hoede heeft. Zij is helemaal geweldig met kinderen’, geeft hij als laatste aan. 

Lasse hoopt dat hij zich zo kan ontwikkelen, dat hij ook in de toekomst een wezenlijke bijdrage aan Donar Groningen kan geven. ‘Ik wil het beste uit mezelf halen en het maakt niet uit op welk niveau dat uiteindelijk is. Ik wil graag in Groningen blijven en een volwaardig lid worden van de selectie van Donar. Wat daarna komt, zien we dan wel weer’, sluit hij af. 

Tekst: Bert ten Oever 

Foto's: Erica Middel 

Deel op social media