nieuws

In the spotlight: Joost Kobus - ‘Ik heb lol in het spelletje en ik zie wel hoe ver dat komt’ 

Donderdag 2 april 2026

Dit keer is het de beurt aan Joost Kobus in het drieluik over onze jonge spelers. Joost is een echte Stadjer. Hij werd geboren op 16 juni 2008 en is dus nog maar 17 jaar. Dat is erg jong om op internationaal niveau te mogen spelen. Joost groeide op aan de rand van de stad bij het Reitdiep en ging daar naar de Meander, de nieuwe school die bij de bouw van de wijk werd gecreëerd. Na de basisschool ging hij naar de binnenstad om verder te leren aan het Praedinius gymnasium. Daar zit hij nu in de zesde klas en doet dit jaar eindexamen. De verwachting is dat dit wel met een diplomering zal worden afgerond. Na de zomer is het plan om verder te studeren aan de RUG. Welke richting is nog niet helemaal duidelijk. 

De basketbalcarrière van Joost begon al heel erg vroeg. Zijn broer, die al bij Celeritas speelde, nam hem wel vaak mee naar de training toen Joost nog maar een jaar of vier/vijf was. Hij dribbelde toen al naar hartenlust met een bal door de zaal. Hij wilde ook graag op basketbal, maar zijn ouders vonden dat hij toch echt eerst zijn zwemdiploma moest halen. Toen hij op 7-jarige leeftijd dat papiertje had, ging hij meteen ook naar de Peanuts bij Celeritas. Tot hij naar Donar Groningen ging heeft hij altijd voor deze club gespeeld. De hele jeugdopleiding werd daar doorlopen. Bij Donar Groningen speelde/speelt hij zijn wedstrijden -19. Vorig jaar werd hij in Almere met dat team onder leiding van Yannick Koerts Nederlands kampioen. Dat was wel een hele vette gebeurtenis. Hij kwam daar eigenlijk terecht via zijn broer die daar ook al speelde. Yannick kende hem al een beetje en vroeg hem daar te komen. Afgelopen zomer werd hij ook weer door Yannick gevraagd om wat trainingen bij de selectie mee te doen. Inmiddels heeft hij daar een plekje verworven als twaalfde man. Hij zit voornamelijk op de bank, maar als het nodig of mogelijk is, maakt hij daar ook echt zijn opwachting. 

De favoriete positie in het veld is de pointguard-positie. Vanaf het begin heeft Joost daar eigenlijk gespeeld, al kan hij ook op de andere guard-posities wel uit de voeten. Omdat hij als vierjarige al leerde dribbelen, gaat hem dat nog steeds goed af. Joost probeert dingen van zijn grote voorbeeld Austin Luke over te nemen en uit te proberen. ‘Ik wil altijd graag zo spelen, dat anderen daardoor ook beter gaan spelen. Als iemand goed vrij staat, probeer ik de bal bij hem te krijgen’, vertelt hij. Dat Austin zijn grote voorbeeld is, kwam toen Austin hier de eerste keer speelde. ‘Ik zat toen op de tribune en zag wat hij deed. Dat wil ik ook kunnen’, was zijn voornemen. 

Dat Joost veel op de bank zit, vindt hij geen probleem. ‘Ik maak mijn minuten wel in -19. Bovendien heb ik nog niet het gevoel dat ik al het niveau heb van de anderen. Natuurlijk wil ik graag spelen, maar als het voor het team beter is als ik van de kant mijn bijdrage lever, is dat ook goed. Het teambelang staat bovenaan.’ 

Het dagelijks leven van Joost staat vooral in het teken van school en trainen. ‘In de ochtend ben ik op school en in de middag vanaf twee of drie uur staat er een training op het programma met het team. Daarna ga ik naar huis en als ik dan nog energie heb, ga ik ook nog naar de training van -19. Dat probeer ik wel twee keer per week te doen. Het is soms wel eens lastig om het huiswerk dan nog te kunnen maken, maar de resultaten op school lijden er niet onder’, voegt hij toe. 

Joost denkt wel na over zijn toekomstbeeld. Op dit moment kan het beide kanten nog op. ‘Ik probeer straks eerst mijn studie hier in Groningen te gaan doen en af te ronden. In de tussentijd probeer ik met basketbal ook zo goed mogelijk te groeien. En ik heb er lol in. We zien wel hoe ver het allemaal komt’, zegt hij heel nuchter. 

Wat hij wel zeker weet is dat hij niet voor de andere ‘grote’ clubs in Nederland wil spelen. ‘Dat wil ik Donar niet aandoen. Maar als het voor mijn ontwikkeling beter is om bijvoorbeeld in Leeuwarden (voorbeeld Tim) of Weert (voorbeeld Gido) te spelen, is dat wel een overweging waard’, vult hij aan.  

Het spelen tegen sterke internationale tegenstanders vindt hij wel heel leerzaam. Hij zegt hierover: ‘Als ik op de bank zit en zie hoe sterk (dat Duitse team) of hoe slim (dat Kroatische team) de tegenstanders zijn, probeer ik dat te analyseren en vervolgens probeer ik dat uit op de trainingen. En ik zie uiteindelijk wel wat ik kan gebruiken.’ 

Het winnen van de beker in Almere was een mooie belevenis. ‘Met al die supporters uit Groningen gaf me dat een geweldige kick. Misschien was het winnen van het kampioenschap vorig jaar een nog wel mooiere belevenis, omdat ik daar ook daadwerkelijk een grote bijdrage aan heb mogen geven’, vertelt hij enthousiast. Ook het spelen in een vol Martiniplaza geeft heel veel extra impuls, maar ook wel wat meer druk. ‘Ik ben nog niet echt gewend om voor zo veel mensen te spelen, maar dat het vet is staat buiten kijf. De reacties van de fans op de tribune als ik erin kom geven ook wel wat extra’s. Al krijg ik dat niet altijd meteen mee, omdat ik op de wedstrijd gefocust ben.’ Gelukkig hebben zijn teamgenoten van -19, die altijd aanwezig zijn bij de thuiswedstrijden, altijd wel een filmpje van dat soort momenten. 

Op de vraag wat zijn grootste succes tot nu toe is, moet hij even nadenken. Het is niet het winnen van de beker en ook niet het behalen van het kampioenschap. ‘Nee, het hele jaar 2024-2025. Het ging goed op school en met basketbal. Sociaal ging het ook goed op school en met mijn vrienden. Maar minstens zo mooi was het leren kennen van mijn vriendin in april vorig jaar’, vertelt hij met een brede glimlach.  

Tekst: Bert ten Oever 

Foto's: Erica Middel 

Deel op social media